De toekomst van de vanuit (semi)publieke middelen gefinancierde zorg en welzijn voor ouderen in de buurt is erg onzeker: is er in 2020 nog wel geld voor zorg en welzijn in de buurt? En wat houdt dit scenario in voor de toekomst van uw organisatie? Een hartenkreet voor het opstarten van meer marketinggeoriënteerde bedrijven voor zorg en welzijn.

Zorg en welzijn in de buurt zal vanaf 1 januari 2015 volledig bekostigd gaan worden door de gemeenten en de zorgverzekeraars. De precieze invulling ligt nu nog bij de politiek, maar in de praktijk hebben de meeste organisaties dit inmiddels verwerkt in hun strategie.

Opvallend daarbij is dat ondanks de forse toename van de behoefte aan hulp van mensen die langer thuis blijven wonen, wat we vanuit de demografische ontwikkelingen mogen verwachten, de meeste organisaties uitgaan van krimp. Met de bijbehorende doemscenario’s. Wat is hier aan de hand?

Het is mijn overtuiging dat organisaties in de ouderenzorg de verkeerde kant opkijken. De blik is gericht op de overheid en de zorgverzekeraars. En wanneer je die kant opkijkt, dan zie je krimp,  verschraling en gebrek aan kwaliteit. Met business modellen en organisatievormen uit het verleden proberen bestuurders deze krimpende markt te verdedigen. Op de korte termijn een verstandige keuze, maar voor de langere termijn erg risicovol.

De werkelijke uitdaging ligt op het ontwikkelen van nieuwe organisaties die niet naar de overheid of verzekeraars kijken voor hun financiering, maar naar de klant zelf. De burger in de straat, of beter geduid: de consument zoals u en ik. Een groeimarkt voor de komende decennia, dat kan ik u verzekeren. Hierop kan niet worden ingespeeld met de huidige op uitvoering en verkoop georiënteerde zorg- en welzijnsorganisatie: organisaties die werken vanuit een business to business paradigma, waarbinnen de cliënt het lijdende voorwerp is. Daar gaat de consument van de toekomst echt niet zijn producten en diensten kopen.

Die nieuwe markt van zorg en welzijn zal een consumentenmarkt worden, met alle dynamiek van dien. Dat vraagt om nieuwe organisaties met nieuwe business modellen. Ingericht vanuit een marketingoriëntatie, met de consument als focuspunt. Niet door merk of organisatievorm gebonden aan de huidige traditionele aanbieders, maar apart ontwikkeld en in de markt gezet.

Of de huidige bestuurders en managers van de ‘traditionele’ aanbieders deze tweeslag weten te maken? Ik weet het niet, maar het is zeker het proberen waard: want het biedt een aantrekkelijk perspectief voor klanten, medewerkers en bestuurders naast het doemscenario van langdurige krimp.