Van “Zorgen voor, naar zorgen dat”. Dat is de opgave waar we in de zorgsector en in de maatschappij voor staan. Maar kunnen professionals daarbij eigenlijk wel een rol bij spelen? Misschien moeten organisaties in de zorg zich juist opheffen om de transitie mogelijk te maken.

Ivan Illich schreef in de jaren ’70 over de ‘Disabling Professions’. Kortgezegd zorgen professionals er volgens hem voor dat we als burger, patient of scholier juist minder in staat zijn zelfstandig te zijn. Mensen willen veiligheid, en krijgen politie. Mensen willen leren, en krijgen een school. Mensen willen gezond zijn, en krijgen een dokter of verpleegster. En willen mensen meer leren, gezonder worden of zich veiliger voelen? U begrijpt het al: dan moet er meer politie komen, meer scholen en meer dokters en verpleegsters. We worden steeds afhankelijker.

De enige stap de professionals dan nog kunnen zetten is er een naar achteren. Loslaten, afblijven.

Nu we voor de transitie staan naar eigen kracht, zelf- en samenredzaamheid en eigen regie, komt bij mij de vraag op: kunnen zorgorganisaties, welzijnsinstellingen en overheid daarbij eigenlijk wel helpen? Of is de hulp die ze bieden per definitie afhankelijkheidmakend? Wordt het probleem dan niet juist groter? En moeten we daarom de transitie juist geheel overlaten aan burgerinitiatief?

De enige stap de professionals dan nog kunnen zetten is er een naar achteren. Loslaten, afblijven. En dat zou voor zorgorganisaties, welzijnsinstellingen en overheid betekenen: veel kleiner worden, juist om de transitie te laten slagen. Een nieuw perspectief?