Waarom best practices ontaarden in worst cases in de verpleeghuiszorg

Om de zorg voor ouderen in verpleeghuizen te verbeteren, zouden vertegenwoordigers van instellingen die het volgens de inspectie goed doen de minder goed presterende huizen moeten helpen. En als het dan nog niet gaat, moet de inspectie ingrijpen. Aldus de Kamer. Een aantrekkelijke gedachte, geen eenvoudige opgave.

Volgens Wikipedia is een best practice is een techniek, werkmethode of activiteit die zich als effectiever heeft bewezen dan enige andere techniek, methode etc. Met een best practice kan een project met minder problemen, minder onvoorziene complicaties en betere eindresultaten worden uitgevoerd.

Zoals partijen die dagelijks werken aan het vernieuwen van organisaties weten, is het overnemen van best practices geen eenvoudige opgave.

“De gedachte dat wat voor de ene organisatie werkt dus ook wel voor de andere zal werken is aantrekkelijk. De gedachte dat de context, cultuur en sociale processen van een organisatie bepalend zouden moeten zijn voor de aanpak een stuk minder. Reden waarom best practices nogal eens de neiging hebben om in worst cases te ontaarden.”

Bij het verbeteren van de verpleeghuiszorg gaat het niet om het implementeren van de best practices, maar om het leren er van. Hoe kan ik het als verpleeghuis beter doen in mijn context, wat kan ik leren van de best practices van andere verpleeghuizen?

Om de verbetering in de verpleeghuissector vorm te geven zal het ministerie van VWS geld beschikbaar stellen. Het is noodzakelijk dat dit geld de verpleeghuizen helpt te leren aan anderen. Hiervoor is geen implementatieorganisatie nodig, maar een marktplaats. Een marktplaats waar verpleeghuizen die hulp zoeken bij een specifiek onderwerp, kunnen aankloppen bij verpleeghuizen waar het juist op dat onderwerp goed gaat. Een soort van buddy-systeem.

Om de marktplaats te laten werken dienen de best practice verpleeghuizen gecompenseerd te worden om de andere verpleeghuizen te helpen. Zij moeten er financieel voordeel van hebben dat zij tijd, kennis en middelen besteden aan het verbeteren van de verpleeghuissector. Het is immers helaas vaak zo dat juist de verpleeghuizen die het goed doen, daarvoor de rekening gepresenteerd krijgen. Adviestarieven die gangbaar zijn in de verbetering van de langdurige zorg moeten leidend zijn, en niet het verpleegkundig uurtarief. Zo wordt het aantrekkelijk de beste mensen hieraan te laten werken.

Met deze ondersteuning van de verbeterkracht van de sector zelf, wordt een fundament gelegd onder structureel betere verpleeghuiszorg. Iets waaraan zowel de goede verpleeghuizen als de maatschappij grote behoefte hebben.

Natuurlijk moeten we innoveren in de zorg, maar hoe? Lean Startup geeft antwoorden

Lean Startup: wat we kunnen leren van Blendle, Peerby, Uber, airbnb, Dropbox en andere innovators?

De NVZ heeft gelijk: Krachtig Innoveren is noodzakelijk om de vraagstukken in de ziekenhuiszorg op te pakken (invitational conference Krachtig Innoveren op 5 februari 2015). En dat geldt ook voor de andere sectoren binnen de zorg: alleen door innovatie kunnen de VVT, revalidatie, gehandicaptenzorg, wijkzorg etc. ook in de toekomst tegen lage kosten goede zorg bieden.

De grote vraag is natuurlijk: Hoe doe je dat dan? In de zorg zijn we er niet zo goed in. We kennen allemaal de voorbeelden van innovaties die worden gekenmerkt door subsidies, vuistdikke businessplannen, stuurgroepen, projectgroepen, geldverslindend marktonderzoek, haperende besluitvorming en eindeloze afstemming en verantwoording binnen de bestaande bureaucratische structuren: juridisch, financieel en zorginhoudelijk. Met, als het meezit, een beperkt eindresultaat. Maar vaak is de innovatie tussentijds al gestorven: het idee bleek toch niet zo goed of de innovatie is vastgelopen.

Voor ‘niet-zorg’ organisaties die innoveren is het niet anders. Ook zij lopen vaak vast in het moeras van innovatie. En daar is de afgelopen jaren veel van geleerd. Succesvolle innovatieve bedrijven innoveren anders. Zij doen het lean. En noemen het Lean Startup.

Een van de bekendste Lean Startups is Dropbox. Wie gebruikt die innovatie niet? Wist u dat ook Dropbox bijna niet was geslaagd? Niemand wilde er in investeren. En dat hebben ze weten om te buigen, met het bekende resultaat. In Nederland kennen we recent Blendle en Peerby die miljoenen euros hebben weten op te halen bij venture capitalistsvoor hun innovaties . Ook hun eerste ideeën klopten niet. Blendle is 200 keer afgewezen. Wat kunnen we van hen leren?

Deze succesvolle bedrijven delen een aantal principes, dat gezamenlijk Lean Startup heet:

Weg met de ‘waist’. De startup doet niets anders, dan wat direct toegevoegde waarde heeft voor de innovatie. Al het andere dat traditioneel ook moest worden opgepakt, wordt niet gedaan: geen vuistdikke businessplannen en verantwoordingen, minimale afstemming, een zeer klein team, etc. Alles is gericht op leren. Iedere Startup kent de gouden regel: ‘De innovatie die je hebt bedacht, is niet het goede idee’. Geen enkel businessplan overleeft de confrontatie met de markt. Daarom is het overlevingsprincipe van de Startup: leren. Wie het snelste leert, wint de strijd om de consument. Ze noemem dat Build, Measure and Learn.

Geen businessplan maar een business model. Wanneer je er bijna zeker van kunt zijn dat je eerste idee niet juist is, heeft het geen zin daar een groot businessplan voor te schrijven. Door te werken met een business model canvas worden de plannen gereduceerd tot een 10-tal velletjes.

Hypothesegedreven. Je weet dus ook dat je eerste uitwerking van het business model voornamelijk bestaat uit aannames (hypotheses) die nog moeten worden bewezen en waarschijnlijk moeten worden aangepast. Doel van de Startup is de aannames in de werkelijkheid te toetsen: klopt het en heeft het het gewenste effect? En zo niet: wat is het dan wel?

“Het gaat er om je dienst of product zo te omschrijven of verbeelden, dat klanten, patiënten en financiers het begrijpen en je feedback kunnen geven.”

Minimal Viable Product. Omdat je weet dat je eerste idee toch niet helemaal klopt, hoef je je product of dienst niet volledig uit te werken. Pas toen Dropbox haar idee als een tekenfilmpje opschreef, werden investeerders enthousiast. Het gaat er om je dienst of product zo te omschrijven of verbeelden, dat klanten, patiënten en financiers het begrijpen en je feedback kunnen geven. Ook hier gaat het er om zoveel mogelijk te leren.

Get Out of The Building! De innovatie zal zich niet ontwikkelen tot een geweldig product of dienst wanneer deze niet van de tekentafel af komt of uit het ziekenhuis. Alleen de confrontatie met klanten/patiënten zorgt er voor dat er geleerd kan worden of er sprake is van een Product-Market-Fit, een oplossing waar de sector echt op zit te wachten en een vraagstuk daadwerkelijk oplost.

Experimenteren. Experimenteren vorm de attitude van de Startup. Proberen, ontwerpen, ontdekken: wat kunnen we leren om het beste product of dienst te maken? Met de wens om zo veel mogelijk fouten te maken, omdat alleen dan echt geleerd kan worden: ‘Act fast, fail fast, learn fast’.

Inmiddels worden de principes van Lean Startup door de eerste zorgorganisaties in Nederland toegepast. Maar de aanpak verdiend veel meer aandacht als we daadwerkelijk de zorg succesvol willen innoveren. Wie durft?

Einde staatsbedrijven in VVT in zicht

Willen VVT organisaties hun missie ook in de toekomst kunnen blijven waarmaken, dan zullen ze vandaag moeten beginnen met serieus te ondernemen in de particuliere markt.

Nu de rook aan het optrekken is, worden de contouren van het nieuwe VVT-stelsel steeds duidelijker. Ouderen die zeer zware zorg nodig hebben en niet meer thuis kunnen wonen, zullen een beroep kunnen doen op staatsgefinancierde zorg via de Wet Langdurige Zorg. Dit zal gedomineerd worden door psychogeriatrie. Een veel grotere groep ouderen zal thuis blijven wonen. Wanneer de zorgvraag medisch is of de eigen middelen ontoereikend, kunnen zij een beroep kunnen doen op de zorgverzekering of de WMO.

Verwacht wordt dat de zorgverzekering en de WMO voortdurend financieel geknepen zullen worden en de demografische trends niet kunnen volgen. Hierdoor zal veel zorg die nu nog ‘stelselgefinancierd’ is, straks door de ouderen zelf betaald moeten worden.

Particuliere markt gloort voor VVT aanbieders

Deze fundamentele onderstroom in het zorgfinancieringsstelsel is voor Nederland niet nieuw. Veel voorheen staatsgedomineerde sectoren zijn geprivatiseerd of verdwenen: gemeentelijke nutsbedrijven, onderwijs, telefonie, post, noem maar op. In die sectoren hebben we ook gezien dat eerst de instellingsfinanciering werd omgebogen naar outputfinanciering, om vervolgens te worden overgedragen aan de vrije (gereguleerde) markt.

Ook in de VVT is deze beweging zichtbaar. Slechts een deel van wat de VVT-instellingen nu leveren, zal straks nog worden betaald vanuit publieke middelen. Wanneer mensen zorg of ondersteuning nodig hebben, zullen zij dat voor een belangrijk deel zelf moeten betalen of bijverzekeren. Alleen in schrijnende gevallen of wanneer de zorgvraag medisch van aard is, zal de verzekeraar of de overheid bijspringen.

Van B2B naar B2C

Het karakter van de VVT-sector zal hierdoor sterk veranderen. Niet langer zullen voor zorgaanbieders de overheid of de verzekeraar de dominante contractpartners zijn (business to business), maar de burgers zelf (business to consumer). Dit betekent dat VVT-aanbieders, willen zij hun missie kunnen waarmaken, zich ook op de particuliere markt moeten gaan begeven. Een ‘terra incognita’ voor veel van hen.

De private VVT-markt is overigens nieuw voor zowel aanbieders als consumenten. Beiden zullen moeten ontdekken welke producten en diensten gevraagd worden, hoe die geleverd worden en wat er voor gaat worden betaald. Niemand weet nog hoe groot deze markt wordt en welke marktdynamieken daar gelden.

Start vandaag met ondernemen

Het verbaasd mij daarom dat slechts een handje vol VVT-organisaties in Nederland zich aan het voorbereiden is op deze nieuwe markt. De meeste aanbieders hebben wel particuliere initiatieven, maar die worden ‘erbij’ gedaan en vormen niet de kern van de strategie. Wil je als VVT-aanbieder je missie op lange termijn blijven waarmaken, dan zul je moeten gaan ondernemen in de particuliere markt. Het is verstandig daar nu al mee te beginnen, om de tijd die gegeven is zo goed mogelijk te benutten om te leren hoe dat moet.

Lean Startup: een nieuwe aanpak voor het ontwikkelen van nieuwe business modellen in de VVT

Organisaties in de VVT hebben het zwaar. Bij een groot deel komt zelfs de continuïteit van (delen van) de onderneming in gevaar. Naast optimalisatie van de bestaande dienstverlening zullen nieuwe dienstverlening en nieuwe business modellen ontwikkeld moeten worden. Juist ook om de continuïteit van de zorg te kunnen waarborgen. En dat is niet eenvoudig wanneer de externe onzekerheden zich opstapelen. Oude strategie-instrumenten werken niet langer. Lean Startup wijst in een nieuwe richting.

Zoals te lezen is in mijn eerdere blog “Strategische vernieuwing in de zorg: organisaties moeten tweebenig worden!”: organisaties in de VVT moeten zowel innoveren (exploratie) als optimaliseren (exploitatie). Strikt gescheiden naast elkaar, anders werkt het niet. Deze aanpak heet de ambidextrous organisation. De strategische vernieuwing en het ontwikkelen van nieuwe business modellen wordt volledig losgekoppeld van het optimaliseren van de dagelijkse operatie.

“De essentie van Lean Startup is dat niet het implementeren van een in de bestuurskamer bedacht business model centraal staat, maar de zoektocht samen met klanten naar dat nieuwe business model”

Hierbij komt direct de vraag naar voren HOE je die innovatie (exploratie) zou moeten aanpakken. De klassieke manier van business plannen werkt niet, hiervoor is er teveel onzekerheid. Je hebt niet de tijd om eerst te analyseren, plannen te maken en deze vervolgens uit te voeren. En bovendien: wat zou er in die plannen moeten staan? Je weet zeker dat wanneer het business plan klaar is, de wereld al weer is veranderd.

Business Model Generation
Recent is er veel aandacht voor de ontwikkeling van nieuwe business modellen in plaats van het maken van business plannen. De meerwaarde voor klanten, de product-market-fit en de wijze waarop deze duurzaam te bereiken staan centraal. Het boek Business Model Generation (Osterwalder, 2010), en met name het business model canvas, wordt veel gebruikt in de VVT. Wat ontbreekt is een aanpak, een werkwijze: HOE maak je een nieuw business model?

De omstandigheden waarin de VVT-sector verkeert is niet uniek. Er zijn wereldwijd veel meer sectoren die worden geconfronteerd met grote externe onzekerheden. In die sectoren wordt ervaring opgedaan met een nieuwe aanpak die is ontwikkeld door Eric Ries (2011): The Lean Startup. Recent heeft Steve Blank, professor aan de Stanford university en serie-ondernemer, deze aanpak gedetailleerd beschreven in het boek ‘The Startup Owner’s manual’(2012).

“Markten waar zowel de klantvraag als de benodigde dienstverlening onbekend zijn”

De essentie is dat niet het implementeren van een in de bestuurskamer bedacht business model centraal staat, maar de zoektocht samen met klanten naar dat nieuwe business model. In Lean Startup komen drie recente business management (onder)stromingen bij elkaar: Het Business model canvas, Customer development en Agile development. Het is een aanpak gericht op markten waar zowel de klantvraag als de benodigde dienstverlening onbekend zijn. “Markten waar zowel de klantvraag als de benodigde dienstverlening onbekend zijn”: dat klinkt als de VVT!

Decentralisaties
Inmiddels worden de principes van Lean Startup door de eerste zorgorganisaties in Nederland toegepast. Zowel in de meer medisch gerichte zorg als in het sociaal domein met gemeenten (3 D’s). En de eerste ervaringen zijn positief. Samen met klanten zoeken naar nieuwe oplossingen: geen nieuw probleem, wel een nieuwe aanpak. Het experimenteren waard!

Strategic drift in de VVT: snelheid werkelijkheid heeft bestuurders ingehaald

Het rapport “Verbetering van de kwaliteit van de ouderenzorg gaat langzaam“ van de Inspectie voor de Gezondheidszorg maakt iets zichtbaar dat door veel mensen werkzaam in de zorg wordt gevoeld: de snelheid van de externe ontwikkelingen heeft de strategie van VVT instellingen ingehaald. Dit staat bekend als “strategic drift”. Het verbeteren van de VVT-organisaties met programma’s zoals ‘In voor Zorg’, zoals staatssecretaris Van Rijn voorstelt, zal weinig effect hebben. Het optimaliseren van een organisatie-inrichting die niet meer aansluit bij de externe realiteit leidt alleen maar tot nog veel meer kosten en minder kwaliteit.

Zoals in het rapport van de Inspectie wordt aangegeven: bij veel instellingen bleek dat de beschikbaarheid en deskundigheid van personeel onvoldoende was afgestemd op de zorgbehoeften van cliënten. Dat was in 2011 en 2012. Maar zoals iedereen weet, dat is in 2013 en 2014 niet minder geworden. Sterker nog: de inrichting van de zorgorganisaties loopt juist steeds vaker achter op de externe ontwikkelingen. Wat is hier aan de hand?

Maatschappelijke en politieke ontwikkelingen hebben enorme invloed op de VVT-sector. Ingezet overheidsbeleid, medische innovatie en veranderende consumentenvoorkeuren zorgen er voor dat de complexiteit en diversiteit van de zorgsector enorm aan het toenemen is. Dit zie je bijvoorbeeld terug in VVT-instellingen door de toename van het aantal doelgroepen die in zorg zijn (denk aan somatiek, NAH, PG, VG, GP, LG) en de diversiteit aan ziektebeelden (denk aan dementie, COPD, hartfalen, diabetes, CVA, chronische kanker). Tegelijkertijd accepteren we (terecht) niet dat dat gepaard gaat met verminderde kwaliteit. En het moet ook nog goedkoper en het liefst in de thuissituatie. Dit leidt tot een geheel andere vraag aan VVT-instellingen dan in het verleden. Het is met recht een transformatie.

Tegelijkertijd zie je bij de VVT-instellingen dat de strategie hier onvoldoende op inspeelt. Het lijkt wel of successen en de eenvoudige marktomstandigheden uit het verleden bestuurders hebben verblind voor de wijzigende realiteit. De strategie van de organisatie is niet gericht op het inspelen op de veranderende markt, maar is gericht op het versterken van de strategie van gisteren. De marktrealiteit en de strategie lopen zo steeds verder uit elkaar: strategic drift.

Strategic drift wordt als eerste zichtbaar in de operatie: fouten nemen toe, marktvraag valt weg, klanten worden ontevreden omdat de dienstverlening niet aansluit bij de behoeften, medewerkers werken steeds harder met gering resultaat. Omdat de dienstverlening niet meer aansluit op de sterk gewijzigde realiteit, loopt alles fout. Gevolg: oplopende verliezen en de noodzaak rigoureus te moeten ingrijpen of failliet te gaan. Een situatie zeer herkenbaar in de VVT en door de Inspectie in haar rapport in de spotlights gezet.

Strategic drift kun je niet oplossen in de operatie. Het repareren van een organisatie-inrichting die niet levert wat er door de markt wordt gevraagd, helpt natuurlijk niet. Sterker nog: het probleem wordt alleen maar groter. Alleen een fundamentele strategische herbezinning helpt bij het doorbreken van de misfit tussen organisatie en markt. Het opnieuw definiëren van de product-markt-combinaties waar je succesvol in kunt zijn, vormt de basis. Wanneer de nieuwe strategie helder is, kan vervolgens een nieuw organisatiemodel worden ontworpen en ingericht. Alleen dan zal de Inspectie bij een volgend onderzoek met andere resultaten terugkomen.

Strategische vernieuwing in de zorg: organisaties moeten tweebenig worden

Organisaties in de zorg moeten leren met twee benen te spelen. Door de exploitatie van het bestaande business model en exploratie van nieuwe business modellen strikt te scheiden, neemt de overlevingskans van de organisatie toe, worden de kosten verlaagd en de kwaliteit van zorg verbeterd. De huidige praktijk is vaak dat exploitatie en exploratie door elkaar heen lopen, met als gevolg dat de organisatie struikelt, in plaats van beter te gaan spelen.

Organisaties in de gezondheidzorg staan midden in de tornado van stelselwijzigingen, veranderende maatschappelijke context en continuïteitsvraagstukken. De noodzaak strategisch te vernieuwen is zelden groter geweest dan vandaag de dag. De uitdaging is fundamenteel te veranderen, terwijl de winkel open moet blijven. Geen eenvoudige opgave.

Dit vraagstuk wordt in de literatuur geduid met de term “ambidextrous organisation”. Aan de ene kant moeten organisaties hun huidige middelen en vaardigheden op een efficiënte manier inzetten om op korte termijn resultaten te realiseren (exploitatie). Aan de andere kant is het van belang dat deze organisaties nieuwe kennis en vaardigheden ontwikkelen om daarmee te reageren op veranderingen in de omgeving (re-actief), of om zelf op een proactieve manier verandering te bewerkstelligen (proactief) (exploratie).

“Personeel en management dat wil vernieuwen raakt gefrustreerd, evenals zij die de bestaande business proberen te optimaliseren.”

Het invoeren van deze ambidexterity (tweebenigheid) kan op veel manieren. Door het maken van een aparte afdeling voor innovatie, door periodiek te wisselen van focus (enkele jaren exploiteren, dan exploreren. Iets wat men ziet in de IT-industrie) of in de dagelijkse routine ruimte te bieden aan personeel voor innovatie (zoals medewerkers van Google en 3M tijd krijgen voor eigen innovatieve projecten).

Veel organisatie in de zorg innoveren binnen de bestaande organisatie. Mijn ervaring is dat dit leidt tot verwarring, cultuurconflicten, mislukte veranderingen en gedoe in de gehele organisatie met als gevolg slechtere prestaties op alle vlakken: de exploitatie van het bestaande business model loopt achteruit (verliesgevend) en de innovatie van nieuwe strategieën en business modellen komt niet van de grond (mislukte investeringen). Personeel en management dat wil vernieuwen raakt gefrustreerd, evenals zij die de bestaande business proberen te optimaliseren.

Naar mij mening moeten bestuurders in de zorg veel radicaler hun innovatie vorm geven en tegelijkertijd hun bestaande business optimaliseren. Zij moeten leren echt tweebenig te worden. Dit kan door de strategische vernieuwing en nieuwe business modellen volledig los te koppelen van de dagelijkse operatie. De bestaande organisatie en de mensen die daar werkzaam zijn krijgen de opdracht hun organisatie en business model te optimaliseren. Efficiency en resultaatgericht: inspelend op vandaag de dag. Totaal los van deze bestaande organisatie wordt een nieuwe organisatie gestart. Alleen nog verbonden op het hoogste niveau, de Raad van Bestuur. Deze nieuwe organisatie gedraagt zich als een Start-Up. Met een eigen cultuur, personeel en middelen. Inspelend op overmorgen.

Niet langer struikelen, maar tweebenig de zorg beter maken. Het uitproberen waard!

Ansoff’s groeistrategieën in de langdurige Zorg: er is iets vreemds aan de hand!

Over een strategische denkfout met grote consequenties

De enorme veranderingen in de Langdurige Zorg vragen om fundamentele herziening van de strategie van zorgorganisaties. Veel zorgorganisaties zijn dan ook actief bezig hun strategie opnieuw vorm te geven. De groeistrategieën van Ansoff (Harvard Business Review, 1957!) blijken hiervoor nog steeds relevant te zijn en worden veel gebruikt. U kent het wel: de matrix met aan de ene zijde bestaande en nieuwe producten en aan de andere zijde bestaande en nieuwe markten. Wat leidt tot vier fundamentele groeistrategieën: marktpenetratie, productontwikkeling, marktontwikkeling en diversificatie.

Veel van de gekozen strategieën die ik tegenkom in de Langdurige Zorg zijn te kenmerken als marktpenetratie en productontwikkeling. Of te wel: het verder groeien in een bestaande markt. Meer van hetzelfde. En dit vind ik vreemd. We zijn het er inmiddels allemaal wel over eens dat de markt van de Langdurige Zorg in transitie is. Een ingrijpende en onomkeerbare kanteling van dit complexe systeem in de samenleving. Hoe kan het dan zijn dat zorgorganisaties die markt voor de komende strategieperiode zien als een bestaande markt?

Volgens mij is dit een strategische denkfout. De ‘bestaande’ markt van de Langdurig Zorg is in een rap tempo aan het verdwijnen. De transitie leidt juist tot een ‘nieuwe markt’. En daar horen radicaal andere groeistrategieën bij: die van marktontwikkeling en diversificatie. Met nieuwe doelgroepen, nieuwe behoeften en nieuwe producten. Meer van hetzelfde gaat hier niet helpen. Strategische vernieuwing, innovatie en nieuwe business modellen zijn hier hoog nodig.

Zorg 2020: is er nog wel geld voor zorg en welzijn in de buurt?

De toekomst van de vanuit (semi)publieke middelen gefinancierde zorg en welzijn voor ouderen in de buurt is erg onzeker: is er in 2020 nog wel geld voor zorg en welzijn in de buurt? En wat houdt dit scenario in voor de toekomst van uw organisatie? Een hartenkreet voor het opstarten van meer marketinggeoriënteerde bedrijven voor zorg en welzijn.

Zorg en welzijn in de buurt zal vanaf 1 januari 2015 volledig bekostigd gaan worden door de gemeenten en de zorgverzekeraars. De precieze invulling ligt nu nog bij de politiek, maar in de praktijk hebben de meeste organisaties dit inmiddels verwerkt in hun strategie.

Opvallend daarbij is dat ondanks de forse toename van de behoefte aan hulp van mensen die langer thuis blijven wonen, wat we vanuit de demografische ontwikkelingen mogen verwachten, de meeste organisaties uitgaan van krimp. Met de bijbehorende doemscenario’s. Wat is hier aan de hand?

Het is mijn overtuiging dat organisaties in de ouderenzorg de verkeerde kant opkijken. De blik is gericht op de overheid en de zorgverzekeraars. En wanneer je die kant opkijkt, dan zie je krimp,  verschraling en gebrek aan kwaliteit. Met business modellen en organisatievormen uit het verleden proberen bestuurders deze krimpende markt te verdedigen. Op de korte termijn een verstandige keuze, maar voor de langere termijn erg risicovol.

De werkelijke uitdaging ligt op het ontwikkelen van nieuwe organisaties die niet naar de overheid of verzekeraars kijken voor hun financiering, maar naar de klant zelf. De burger in de straat, of beter geduid: de consument zoals u en ik. Een groeimarkt voor de komende decennia, dat kan ik u verzekeren. Hierop kan niet worden ingespeeld met de huidige op uitvoering en verkoop georiënteerde zorg- en welzijnsorganisatie: organisaties die werken vanuit een business to business paradigma, waarbinnen de cliënt het lijdende voorwerp is. Daar gaat de consument van de toekomst echt niet zijn producten en diensten kopen.

Die nieuwe markt van zorg en welzijn zal een consumentenmarkt worden, met alle dynamiek van dien. Dat vraagt om nieuwe organisaties met nieuwe business modellen. Ingericht vanuit een marketingoriëntatie, met de consument als focuspunt. Niet door merk of organisatievorm gebonden aan de huidige traditionele aanbieders, maar apart ontwikkeld en in de markt gezet.

Of de huidige bestuurders en managers van de ‘traditionele’ aanbieders deze tweeslag weten te maken? Ik weet het niet, maar het is zeker het proberen waard: want het biedt een aantrekkelijk perspectief voor klanten, medewerkers en bestuurders naast het doemscenario van langdurige krimp.

PV naar Zvw leidt tot strategische herpositionering van VVT-aanbieders

De Persoonlijke Verzorging gaat naar de Zorgverzekeringswet. Dat zal vergaande strategische implicaties hebben voor VVT-aanbieders.

Van Rijn heeft de beslissing genomen: PV en VP worden gezamenlijk ondergebracht bij de Zorgverzekeringswet. Verwacht mag worden dat de zorg aan ouderen die vanuit de gemeente wordt bekostigd en door VVT-aanbieders kan worden uitgevoerd, hierdoor erg klein zal zijn. Er is daardoor een veel kleinere financiële prikkel overgebleven om nog generiek actief te zijn in de buurt of wijk. Hierdoor is de WMO voor VVT-aanbieders strategisch een stuk minder aantrekkelijk geworden.

Veel VVT-aanbieders hebben het gemeentelijk domein nadrukkelijk in hun strategie staan. Actief wordt invulling gegeven aan het relatiemanagement met de gemeenten: hoe komen we tot cont(r)acten met die grote hoeveelheid aan gemeenten met verschillende visies en beleid? Wat wordt de positionering en rol in de wijk? Wat kunnen we leveren? Hoe gaan we dat doen?

Dat spel lijkt nu sterk veranderd: is er nog wel strategische meerwaarde te vinden in de relatie met de gemeente? En welke strategische implicaties heeft de uitkomst van deze vraag voor de positionering van VVT-aanbieders?

Het zou mij niet verbazen wanneer een groot deel van de VVT-aanbieders haar strategische blik gaat verleggen naar de huisarts, ziekenhuis en de zorgverzekeraar. Zij worden immers de belangrijkste stakeholders voor de VVT-aanbieders. Een meer medisch georiënteerde positionering van de VVT-aanbieders ligt dan sterk voor de hand. Niet langer een positie in het sociaal domein. Niet langer wonen, welzijn en zorg, maar gewoon ouderenzorg.

Misschien wel zo helder?

‘NVZ: acute basiszorg blijft basisvoorziening in ziekenhuis’

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) heeft haar visie op de ‘acute zorg’ gepubliceerd in navolging van het rapport van Zorgverzekeraars Nederland, dat in het voorjaar gepresenteerd werd. De NVZ trekt in het acute zorg dossier samen op met zorgverzekeraars om in het belang van de patiënt het aanbod van acute zorg zo goed mogelijk te organiseren. Dat betekent dat volgens de NVZ de complexe spoedeisende zorg zo veel mogelijk geconcentreerd kan worden, een beweging die al in gang gezet is. Echter, deze vorm van spoedeisende zorg beslaat 5% van de totale acute zorg. Uit onderzoek, dat in opdracht van de NVZ is gehouden, blijkt dat de overige spoedeisende zorg tot de basiszorg van elk ziekenhuis behoort en belangrijk is om de ziekenhuizen financieel gezond te houden.

In het voorjaar van 2013 is Twynstra Gudde gevraagd om in dit kader onderzoek te doen naar de onderbelichte aspecten van de concentratie en spreiding van de acute zorg. Het onderzoek belicht de betekenis van spoedeisende zorg vanuit het perspectief van patiënten en ziekenhuizen, waarin deskresearch, data-analyse en veldonderzoek gecombineerd zijn. Twynstra Gudde heeft onder andere de economische waarde van een SEH in beeld gebracht en licht geworpen op de belangrijke interne functie van de SEH-artsen en verpleegkundigen en de doelmatigheid van de samenwerking tussen HAP en SEH. Een belangrijke conclusie betreft de verdere concentratie van complexe specialistische spoedstromen, zonder de basis spoedzorg uit de ziekenhuizen weg te halen. Bij de afspraken tussen ziekenhuizen en verzekeraars is het belangrijk ook rekening te houden met regionale verschillen.
Al met al een prestigieuze opdracht voor Twynstra Gudde, waarin zij de NVZ van belangrijke input hebben voorzien voor de discussie rondom het thema ‘acute zorg’. Het opdrachtteam bestond uit Bram den Engelsen (begeleiding en onderzoek), Hein Abeln (begeleiding) en Maret van der Wees (onderzoek).
Links naar meer informatie over de onderzoeksresultaten en de rapporten, zijn hier te vinden:

  • http://medischcontact.artsennet.nl/Actueel/Nieuws/Nieuwsbericht/136935/SEH-nodig-voor-financieel-gezond-ziekenhuis.htm
  • http://www.nvz-ziekenhuizen.nl/onderwerpen/acute-zorg